Adib’s pijn verdwijnt nooit; slapeloze nachten na vlucht uit Syrië

Adib Sakmani. (Foto: wijntjesfotografie.nl)

HAASTRECHT • Hij houdt zich stevig vast aan de tafel tijdens het gesprek. Lang op een stoel zitten lukt niet. Adib Sakmani (49) heeft stekende zenuwpijnen in zijn rug vanwege een hernia. Af en toe moet hij rekken en strekken in de woning van Ingrid Rietveld, medewerkster van Krimpenerwaard Intercultureel. Dat doet hij verontschuldigend met een verwrongen gezicht.

Opereren is te link vanwege beschadigde wervels, had de neuroloog hem in het ziekenhuis verteld. Rugklachten als gevolg van zware arbeid als kind en jongvolwassene van ’s ochtends vijf uur tot ’s avonds acht uur op het Syrische platteland. Het lichaam is op. “Ik was het enige kind in het gezin, dat niet naar school ging. Ik was 9 jaar oud en moest mijn vader helpen. Daarom heb ik nooit leren lezen en schrijven.”

Lek
De lichamelijke kwelling weegt echter niet op tegen het geestelijk leed, dat hem slapeloze nachten bezorgde na zijn haastige vlucht uit Syrië. De beelden van de overtocht van Turkije naar het Griekse eiland Mitula zullen nooit van zijn netvlies verdwijnen.

“We vertrokken met twee rubberboten vanaf de kust van Izmir, nadat we de smokkelaars 3.500 euro hadden betaald. In de eerste boot zaten vrouwen en kinderen. In onze boot waren de mannen in de meerderheid. Vlak voordat het eindpunt hadden bereikt, werden de boten ontdekt en lek gestoken door de smokkelaars, die meteen wegvoeren. De boot met de vrouwen verdween direct in de golven. Ik ben met m’n buik op het grootste lek gaan liggen om het water in onze boot tegen te houden. Anderen deden dat ook. Zo hebben we uiteindelijk zwemmend en peddelend het strand gehaald. Van het lot van de vrouwen hebben we nooit meer iets vernomen.”

Hij krijgt tranen in zijn ogen en heft de handen ten hemel. “Waarom doen mensen dit anderen aan? Daar kan ik niet bij.”

Al Quaeda
Een triest relaas van een barre reis. Adib vluchtte in 2014 uit Aleppo, nadat leden van Al Quaeda het op hem hadden gemunt vanwege zijn moderne levensstijl. “De burgeroorlog was al even aan de gang. Onze wijk in Aleppo was al enkele malen door een scud-raket geraakt, maar we gingen verder met ons dagelijks leven. Ik was ondernemer en agrariër. Ik verdiende genoeg om met mijn gezin onbekommerd en in vrede te kunnen leven. Dat veranderde door de revolutie. Het werd een chaos. De stad werd tot puin gebombardeerd. Ik bezat een woning en een boerderij op het platteland. Daar drong op een dag een militie van Al Quaeda binnen om alle mannen zonder baarden bijeen te drijven. Dat was volgens deze ‘zwijnen’ een teken van minachting van het geloof. Er hing een dreigende sfeer. Ik kreeg opeens een pistool tegen m’n hoofd. Ik dacht dat m’n laatste uur geslagen had. We werden vastgebonden aan de muur. Daarna liepen de extremisten weg voor overleg en wist een dorpsgenoot de tie wraps los te snijden. Hij maande me om meteen te vluchten. Terwijl ik via de achterzijde ontsnapte, hoorde ik achter mij schoten: mijn buren werden geëxecuteerd. Ik bleef rennen tot ik voor mijn gevoel in veiligheid was.”

Na aankomst in Griekenland volgde een nieuwe beproeving. Voor 4.000 euro kon Adib met andere vluchtelingen instappen in een container achter een vrachtwagen. Van Athene naar Amsterdam, een tocht van vier dagen, happend naar lucht in een benauwde, stinkende ruimte. “De mensen deden hun behoefte in een hoek van de container. Het was niet te harden. We moesten ons echter stil houden. Niemand mocht de groep ontdekken.”

Duitsland
Adib Sakmani was flink in de war toen hij in Nederland arriveerde. “Ik wilde naar Duitsland toe. Daar had ik ooit zaken gedaan en ik kende een Syriër in Hamburg. Ik sprak zelfs een klein beetje Duits, maar een andere man, ook gevlucht uit Aleppo, zei ik dat ik in Nederland asiel moest aanvragen. Hij vond de omstandigheden hier aanzienlijk beter. Daarom heb ik me na enige afweging in Ter Apel gemeld bij de douane.”

Na verhoor, omzwervingen in asielzoekerscentra en een verblijfsvergunning belandde hij tenslotte als statushouder in Haastrecht, waar hij een huisje in de Leeuwerikstraat bemachtigde. Vrijwilligers, onder wie Ingrid Rietveld, zorgden met donaties en geld van de kerk dat de hereniging met zijn gezin tot stand kwam. Ze werden opgehaald op het vliegveld van Ankara. Ingrid Rietveld was daarbij aanwezig. “Zijn vader was meegekomen. Hij was bang dat de vrouwen onderweg zouden worden verkracht”, zegt ze over die emotionele ontmoeting.

Inmiddels wonen Adib, zijn echtgenote en hun zeven kinderen in de Erasmusstraat. Adib komt woorden tekort om zijn dankbaarheid te tonen. “Lieve Nederlanders, lieve mensen. Ze hebben veel voor ons gedaan en helpen nog steeds als we ergens mee vastlopen. Ik was rijk. Het was maar geld. Ik ben nu gelukkig, ook al verdwijnt het trauma nooit.”

Het verhaal van Adib Sakmani stond eerder (beknopt) in het magazine ‘Vrij!’, een uitgave van de gemeente Krimpenerwaard, gemaakt door Het Kontakt, ter gelegenheid van 75 Jaar Vrijheid. Omdat vrijheid een groot goed is, hierbij een uitgebreidere versie van het imponerende relaas over een vlucht weg van de oorlog.

Delen via: